DARING CLUB BRUSSELS
Opgericht op 2/5/1895
Stamboeknummer 2
5
keer Belgisch Kampioen: 1911-1912, 1913-1914, 1920-1921, 1935-1936, 1937-1938
Daring werd 1895 door enkele studenten opgericht
in de “Tivoli”, een bistro op het Simonis plein. Ze waren getroffen door de
naam van een Bataviase club van destijds in een Nederlands tijdschrift: Daring.
Ze namen deze naam onmiddellijk over. Voor de leken, “to dare” betekent
“durven” in het Engels. De club kiest de kleuren blauw en wit. Daring huurde
een terrein dat zich bevond waar nu de Basiliek van Koekelberg staat, daar waar
Racing Brussel zijn carrière begon.
Op 11 november 1897 vroeg de club om zich
te mogen aansluiten bij de Belgische Bond maar ze konden niet meer deelnemen
aan het Belgische kampioenschap omdat de wedstrijdkalender al vast lag. Zij
begonnen dus in tweede afdeling vanaf het volgende seizoen, samen met een
andere club die op haar beurt een legende van het Brusselse voetbal zou worden
en tegelijkertijd een rivaal: Union Sint-Gillis. 1899 was een belangrijk jaar
in de geschiedenis van de club: zij veranderden hun kleuren in rood en zwart!
Enkele maanden later werd Daring
omwille van de bouw van de Basiliek van Koekelberg gedwongen om een ander
terrein te zoeken. Toen al was de oplossing een fusie. Daring sloot een verbond
met een club uit Jette, de Brussels. Die club had voor die tijd al een
fantastisch terrein, gelegen in de steenweg op Jette, nummer 501. Naar
aanleiding van deze fusie werd een nieuwe naam gekozen: Daring Brussels Club
Enkele maanden later verenigden ze zich met
twee andere clubs uit het Westen van de hoofdstad, Sporting Molenbeek en Skill
FC (die in eerste afdeling speelde). Ze namen opnieuw hun originele naam Daring
Club Brussel.
Deze fusies waren positief want de club
bereikte de eerste afdeling in 1903. Ze begonnen op de voorgrond te treden en
trokken steeds meer publiek. In die periode speelden zich de eerste grote
derbys af tussen Daring en Union, die het publiek passioneerden. Union
domineerde het Belgische voetbal en toen Daring eindelijk zijn eerste titel
behaalde in 1911-1912, had Sint-Gillis er al zes weggehaald. Het volgende jaar
was er een beslissende testwedstrijd nodig, die Union met 2-0 won. Een jaar
later nam Daring wraak en werd zo voor de tweede keer in zijn geschiedenis
kampioen.
Omdat zijn stadion te klein werd om
zijn duizenden supporters te ontvangen, besloot Daring om Jette te verlaten. Ze
twijfelden tussen drie locaties: St. Agatha-Berchem, Moortebeek (bij Dilbeek!)
en St-Jan Molenbeek. Het was deze laatste locatie die gekozen werd, op de
plaats waar vandaag het Edmond Machtens stadion staat. Als gevolg van “de Grote
Oorlog” werden de werken pas beëindigd in 1920. In afwachting speelde Daring na
de Bevrijding zelfs enkele wedstrijden in Anderlecht! Op 12 september 1920 werd
het nieuwe stadion ingewijd.
Daring behaalde zijn derde titel in 1920-1921,
maar nadien volgde een periode van magere jaren. Ook Union had het moeilijk en
het Belgische voetbal werd gedomineerd door ploegen zoals Beerschot, Cercle
Brugge, Antwerp of Lierse.
Op 1/7/1920 kreeg Daring het nummer 2
toegekend door de Belgische Bond.
Zij werden kampioen van België in
1935-1936 en 1936-1937, jammer genoeg voor de laatste keer. Maar net voor de oorlog ging het bergaf met
Molenbeek. Tijdens de laatste competitie voor het conflict namen de zaken zelfs
een dramatische wending. Na een omkoopschandaal, degradeerde de Belgische Bond
Daring naar de derde klasse. Een catastrofe. Er werd zelfs over een
faillissement gesproken. Maar er werd een overeenkomst gesloten met Union
Hutoise en het werd uiteindelijk slechts de tweede afdeling.
Daring
moest nochtans 11 lange jaren wachten voordat ze weer naar de eerste afdeling
konden opklimmen. In 1949-1950 behaalden ze de titel in de tweede afdeling,
voor Union! Er waren op dat moment twee reeksen en Daring behaalde de titel na
drie testwedstrijden tegen Beringen.
Deze
terugkeer naar de eerste afdeling verliep niet zonder moeite. Nooit hervond
Daring zijn aanzien van vroeger. Anderzijds begon Anderlecht na een lange en
moeizame periode voor de oorlog het Belgisch voetbal te domineren.
Na vier seizoenen zakte rood zwart naar
de tweede afdeling, maar vanaf het volgende jaar waren ze er weer. In 1957
eindigde Daring vierde (zijn beste klassering na de oorlog). Een seizoen later
zakte ze opnieuw, maar nam onmiddellijk haar plaats in eerste afdeling weer in
(ten koste van FC Brugge!). Dit was het begin van de laatste periode van Daring
op het hoogste nationale niveau. Deze periode zou tien jaar duren. Tijdens deze
jaren vonden verschillende evenementen plaats. Daring zou zelfs twee keer
deelnemen aan een Europacup. In die tijd bestond de UEFA-cup nog niet. Zijn
voorganger was de “Coupe des Villes de Foires”, waarvoor de deelnemingscriteria
niet altijd gebaseerd waren op de klasseringen in het kampioenschap. Het is op
die manier dat op 23 september 1965 in het Bossaertstadion een eerste Europese
wedstrijd werd gespeeld. Daring werd verslagen door AIK Stockholm met 1-3. Het
nul-nul gelijkspel van de terugwedstrijd in het Rasundastadion betekende de
definitieve eliminatie.
Drie
jaar later verliet Daring eveneens het Europese toneel na een kleine ronde. Ze
behaalden toch hun enige continentaal succes, 2-1 tegen Panathinaïkos. Jammer
genoeg werd er in Athene met 2-0 verloren, het eerste doelpunt werd 7 minuten
voor het einde van de wedstrijd geïncasseerd. Daring bereikte ook de halve
finales van de beker van België in 1968 nadat zij met name Standard hadden
geëlimineerd te Sclessin.. Maar Beerschot versperde hen de weg naar de Heizel.
Op het einde van het seizoen 1968-1969,
zakte Daring definitief naar tweede afdeling nadat zij slechts vijftien punten
behaalden. Op enkele honderden meter van het Bossaertstadion, op de Sippelberg,
aan de voet van de oude gasmeter, eindigde Crossing Molenbeek tweede in tweede
afdeling en promoveerde. Daring kreeg echter niet te maken met de vernedering
om de tweede club van de gemeente te worden, omdat Crossing fuseerde met RCS
Schaerbeek, emigreerde naar het Josaphat Park en zo Crossing Schaerbeek werd.
Jean-Baptiste L’Ecluse, een van de
oprichters van RWDM, werd op dat moment voorzitter. Deze gefortuneerde
ondernemer droeg rood-zwart altijd al in zijn hart.
Daring
wou absoluut weer opklimmen naar eerste afdeling.. Ondanks al zijn inspanningen
slaagde hij er nooit in om de promotie te realiseren.
Tijdens het eerste seizoen van de
terugkeer naar tweede afdeling strandde Daring op de derde plaats. De finale
van de Beker van België werd verloren met zware 6-1 cijfers tegen FC Brugge.
Dit betekende het laatste exploot van de oude Molenbeekse club die zijn 75e
verjaardag vierde. Bij deze gelegenheid werd een laatste keer van naam veranderd,
ze werden Koninklijke Daring Club Molenbeek. (Koninklijk was de club al sinds
1945).
In
72-73 was de ambitie van de club nog altijd om naar eerste afdeling te
promoveren. Maar omdat duidelijk werd dat de terugkeer naar eerste niet door
middel van sportieve resultaten gerealiseerd zou worden, werd op het einde van
het seizoen een samenwerkingsakkoord gemaakt met Racing White. Racing White zou
zijn voortreffelijke ploeg inbrengen en Daring het stadion en zijn trouwe
publiek. Op het moment dat de geruchten van de fusie bevestigd werden, behaalde
Daring zes opeenvolgende overwinningen, net voor de laatste wedstrijd uit zijn
geschiedenis, tegen Lokeren (2-2).
Opzoekwerk gedaan door
Erwin de Puydt, tekst uit het boek “Le RWDM vu par un supporter”, schrijver
hiervan is Stephane Lievens.
Terug naar de pagina clubs en landen Terug naar de beginpagina