RACING CLUB BRUSSEL

 

Opgericht in 1890

6 keer Belgisch Kampioen: 1896-1897, 1899-1900, 1900-1901, 1901-1902, 1902-1903, 1907-1908.
1 keer winnaar van de Belgische beker: 1911-1912.

Racing Club Brussel werd opgericht te Koekelberg in 1890. In die tijd was Racing nog geen voetbalploeg maar een atletiekclub (vandaar zijn benaming). In 1894 werd een voetbalafdeling opgericht met de kleuren zwart en wit. De Belgische Bond bestond toen nog niet en er was uiteraard nog geen kampioenschap. Er werden toen alleen maar vriendschappelijke wedstrijden gespeeld. De eerste tegenstanders waren Leopold, Sporting Brussel (geen enkel verband met Anderlecht) en de Brussels Football Association (de oudste Belgische club). Tijdens deze eerste maanden speelde Racing op het terrein waar zich vandaag de Basiliek van Koekelberg bevindt. Omdat zij beide zware nederlagen leden tegen Sporting, besloten Racing en Brussel om samen te gaan.
Op 1/9/1895, werd de Belgische Bond opgericht  en Racing nam deel aan het eerste Belgische kampioenschap in de geschiedenis, dat uit tien clubs bestond. De negen andere clubs waren Antwerp, Gent, FC Brugge, Luik, Atletiek en Running Club Brussel, Leopold Club, Sporting Brussel, Union Elsene en FC Verviers. Het was FC Luik die de eerste titel behaalde. Racing was intussen verhuisd naar de wielerbaan van Longchamps, te Ukkel.
Het volgende seizoen, in 1896-97, behaalde Racing de eerste titel in zijn geschiedenis, gevolgd door 4 opeenvolgende titels in 1900, 1901, 1902 en 1903. Het was in deze heroïsche tijd één van de beste clubs van het land. In 1902 was Racing nogmaals verhuisd, naar de Vivier d’oie te Ukkel, waar een nieuwe tribune in beton (heel uitzonderlijk in die tijd) gebouwd werd met 1.500 zitplaatsen. De club behaalde zijn laatste landstitel in 1908 en won de eerste editie van de beker van België, in 1912, 1-0 tegen Racing Gent. De gloriejaren van Racing liepen op hun einde voor het begin van de eerste wereldoorlog. Nooit zou de club nog zijn oude niveau terugvinden en ze zou geen enkele titel meer behalen. In 1925 zakte de club voor de eerste maal in zijn geschiedenis naar promotie (de toenmalige tweede afdeling). Ze zouden spoedig terug naar de elite terugkeren, maar tijdens de daaropvolgende jaren pendelden ze tussen de eliteafdeling (eerste afdeling) en de eerste afdeling (tweede afdeling die de promotieafdeling had vervangen, die op haar beurt derde afdeling was geworden).
In 1946, op het ogenblik dat het vijftigjarige bestaan van de club gevierd werd (en zo de Royal Racing Club van Brussel werd), met een beetje vertraging vanwege de tweede wereldoorlog, was de club terug op het hoogste niveau en eindigde zelfs tussen de eersten.
Maar het stadion van Vivier d’oie was te klein geworden. Racing liet een nieuw stadion bouwen te Watermaal Bosvoorde. Zo werd op 11/11/1948 het stadion van de Drie Linden ingewijd met een wedstrijd tegen één van de beste clubs van de wereld, Torino. De spelers van deze club zouden enkele maanden later omkomen in het vliegtuigongeval te Superga.
In dit stadion, dat vandaag nog steeds bestaat, was plaats voor 40.000 toeschouwers. Maar Racing zou er nooit in slagen om het stadion te doen vollopen. Ze speelden geen hoofdrol meer en maakten meermaals de overstap tussen eerste en tweede afdeling.

In 1954 werd de club zelfs verplicht om te vetrekken omdat zij hun maandelijkse betalingen aan de gemeente, vastgelegd bij de aankoop van het terrein, niet meer konden aflossen. Een clausule voorzag dat het terrein, net als alle gebouwen, eigendom van de gemeente zou worden.
Racing was verplicht om een nieuwe thuis te vinden en kon rekenen op de gastvrijheid van de Stad Brussel, die het Heyzelstadion ter beschikking stelde. Ze speelden echter voor slechts enkele honderden toeschouwers en zakten in twee jaar naar derde afdeling, klommen weer naar tweede, maar zakten in 1961 terug naar derde na een verloren testmatch tegen... White Star.
Terwijl er voor lege banken gespeeld werd in het enorme Heyzelstadion, ging Racing een weinig rooskleurige toekomst tegemoet tot, in 1963, een fusie met White Star de oplossing bood.

Opzoekwerk gedaan door Erwin de Puydt, tekst uit het boek “Le RWDM vu par un supporter”, schrijver hiervan is Stephane Lievens.

Terug naar de pagina clubs en landen                                                                          Terug naar de beginpagina